|
Aikido is van oorsprong een Japanse vorm van zelfverdediging. Deze is ontwikkeld door de Samurai. Eeuwen geleden werd er tussen de heersers met hun krijgers volop gestreden. Daarbij werd van allerlei wapens gebruik gemaakt. Het zwaard was echter het belangrijkste. Toen op een dag een Samurai ontwapend was, wist hij zich te redden door zijn handen als zwaard te gebruiken. Slagen op zwakke plekken van de tegenstander brachten hem de overwinning. Dat was het begin van aikido. Later zijn daar veel technieken aan toegevoegd zoals pols- en elleboogklemmen en worpen. Bij de toepassing van die technieken zijn veel bewegingen afkomstig uit het zwaardvechten. Deze vorm van zelfverdediging noemt men aiki-jiujitsu. Na de openstelling van Japan, midden de 19e eeuw, ontwikkelde het land zich tot een moderne samenleving. Het werd verboden om wapens te dragen en de aandacht voor de oude cultuur verflauwde door sterke westerse invloeden. Rond de eeuwwisseling kwam een reactie op deze ontwikkeling, men kreeg weer interesse in de traditionele waarden van de oude krijgerskaste. Verschillende grootmeesters hielden zich bezig met de aanpassing van de oude zelfverdedigingvormen aan de eisen van de tijd. De jitsu-vormen werden omgezet in do-versies: jiu-jitsu werd judo, ken-jitsu: kendo en aiki-jitsu: aikido.
Aikido onderscheidt zich van andere zelfverdedigingvormen door het geweldloze karakter. Aikido kiest voor "harmonie" (AI) met de omgeving: respect en liefde. In de technieken vindt je dit terug. Aikido is niet uit op de vernietiging van de aanvaller maar op de ontmoediging, en op correctie van zijn gedrag. Pas als de aanvaller de agressie niet intoomt, dan is het geoorloofd om de agressor zijn ongelijk te tonen. Aikido kan namelijk wel dodelijk hard zijn. Wie niet horen wil moet immers voelen!

|
|
|
|
|